Ben ik alimentatie verschuldigd aan mijn ex-partner ?

Alimentatie tussen echtgenoten is een belangrijk onderwerp bij de opmaak van de echtscheidingsovereenkomst.

In een scheidingsbemiddelingstraject bespreken we de mogelijkheden en gevolgen ervan. Het gaat hier om een uitkering tot levensonderhoud van de ex-partner. Dit is dus niet hetzelfde als alimentatie voor kinderen.

Bij een echtscheiding door onderlinge toestemming zijn de echtgenoten vrij om te bepalen hoe ze dit regelen en zijn er dus geen verplichtingen die hen worden opgelegd.

Alimentatie uitsluiten

De ex-echtgenoten kunnen ervoor kiezen om elkaar geen alimentatie te geven. Het uitsluiten van alimentatie is een veel voorkomende keuze bij ex-partners die beiden werken. Zij verwachten vaak enkel alimentatie voor de kinderen. Ex-partners die alimentatie willen uitsluiten kunnen zelfs in de echtscheidingsovereenkomst opnemen dat zij geen enkele mogelijkheid meer hebben om alsnog alimentatie te vragen op een later tijdstip, zelfs indien hun situatie zou wijzigen (verlies inkomsten etc).

Alimentatie opnemen in de echtscheidingsovereenkomst

Wanneer ex-partners kiezen om alimentatie op te nemen in de overeenkomst moeten we alle voorwaarden gedetailleerd opnemen. Wanneer starten de betalingen ? Wat is het maandelijks bedrag ? Wordt er voorzien in een indexatie ? Wanneer stopt de uitkering ? Het is belangrijk om hier heel specifiek te zijn.

Alimentatie tussen ex-echtgenoten komt minder voor dan vroeger. Het blijft wel een goed middel om voor een inkomen te zorgen voor de moeder/vader die bewust thuis bleef om voor de kinderen en het huishouden te zorgen en daardoor de eigen carrièremogelijkheden verminderd zag. Op die manier is er over de echtscheiding heen een beperkte financiële solidariteit mogelijk.

Ex-partners kunnen zelf beslissen hoe ze hiermee omgaan als het een echtscheiding door onderlinge toestemming betreft.  

Hebt u meer vragen over alimentatie. Download gratis onze alimentatiegids.

Complexe echtscheidingen: de gehuwde ondernemer

Heel wat Belgische ondernemers zijn gehuwd.

Bij echtscheiding stellen zij zich de volgende vragen:

  • wie krijgt de aandelen ?
  • hoeveel zijn deze waard ?
  • wat met de financiële reserves in de vennootschap ?

Scheiding van goederen versus gemeenschapsstelsels

Is de ondernemer gehuwd onder een stelsel van zuivere scheiding van goederen, dan stellen zich weinig problemen. Ofwel zijn de aandelen eigen aan één van de echtgenoten ofwel zijn de aandelen eigendom van beide echtgenoten (anders gezegd: onverdeeld).

Is de ondernemer gehuwd onder een gemeenschapsstelsel, dan liggen de zaken iets complexer.

U leest het hieronder.

Beroepsinkomsten moeten steeds toekomen aan de huwgemeenschap

Het is een veelgehoorde stelling in onze praktijk: “het is mijn onderneming dus het zijn mijn inkomsten”.

Deze stelling gaat niet op voor de ondernemer gehuwd onder een gemeenschapsstelsel.

In een gemeenschapsstelsel komen uw bezoldiging, beheersvergoedingen, tantièmes, dividenden, bonussen, premies etc. in principe toe aan de huwgemeenschap. Deze huwgemeenschap wordt bij echtscheiding in de meeste gevallen in twee gelijke delen verdeeld.

U leest het: in een gemeenschapsstelsel bestaat een grote mate aan financiële solidariteit.

Vindt u dit te verregaand ? Spreek er ons over. Er zijn tal van mogelijkheden: van de keuze voor een ander huwelijksvermogensstelsel tot het modelleren van een gemeenschapsstelsel.

Wat als ik mijn inkomen eerder beperkt houd omwille van fiscale optimalisatie, investeringen etc. ?

Dat beslist u als aandeelhouder (meestal) zelf.

Dit doet evenwel geen afbreuk aan de verplichting om uw beroepsinkomsten aan de huwgemeenschap te doen toekomen. Doet u dit niet dan kan dit u bij echtscheiding zuur opbreken.

Waarom ?

Wel, de wet verplicht de echtgenoot-aandeelhouder om aan het gemeenschappelijk vermogen een vergoeding te betalen indien samen voldaan is aan de volgende voorwaarden:

  1. een echtgenoot heeft eigen aandelen
  2. in een vennootschap waarin hij een professionele activiteit uitvoert
  3. en waarin hij zijn arbeid onvoldoende heeft vergoed

Deze vergoeding = de netto-beroepsinkomsten die het gemeenschappelijk vermogen redelijkerwijze had kunnen ontvangen indien het beroep buiten vennootschapsverband was uitgeoefend.

Aldus kan de toepassing van deze wetsbepaling ertoe leiden dat de echtgenoot-aandeelhouder verplicht wordt om (uit diens eigen privévermogen) een vergoeding aan de huwgemeenschap te betalen bij echtscheiding.

In welk geval is er geen vergoeding ?

Indien een echtgenoot zijn professionele activiteit uitoefent binnen een vennootschap waarvan de aandelen, minstens hun vermogenswaarde, tot de huwgemeenschap behoren, dan stelt er zich geen probleem. Logisch: in dat geval delen beide echtgenoten in de waarde van de vennootschap.

Eigendomskwalificatie

Belangrijk is dus dat correct wordt bepaald of de aandelen enkel aan één echtgenoot toebehoren of de aandelen, minstens hun vermogenswaarde gemeenschappelijk is.

In een gemeenschapsstelsel zijn er drie opties: ofwel zijn de aandelen eigen, ofwel zijn zij gemeenschappelijk ofwel is de titel eigen maar de vermogenswaarde gemeenschappelijk.

Een voorbeeld

Oliver is kinesist en Juliette ambtenaar.

Zij zijn gehuwd zonder huwelijkscontract.

Oliver geeft aan te willen scheiden.

Oliver is de enige aandeelhouder van een vennootschap waarin hij zijn beroepsactiviteit uitoefent.

Om uit te maken of er bij scheiding dient afgerekend te worden over deze aandelen moet worden bepaald of de aandelen eigen zijn of de aandelen, minstens de vermogenswaarde ervan gemeenschappelijk is.

Situatie 1

Oliver richtte de vennootschap op voor het huwelijk –> de aandelen maken deel uit van zijn eigen vermogen.

Bij scheiding ?

De vennootschap komt aan Oliver toe. Juliette ontvangt daarvan niets.

Opgelet! Oliver betaalt mogelijks wel een vergoeding aan het gemeenschappelijk vermogen voor ‘gederfde beroepsinkomsten’ (zie verder).

Situatie 2

Oliver heeft de aandelen van de vennootschap geschonken gekregen (zijn ouders waren ook kinesisten maar zijn op pensioen) –> de aandelen maken deel uit van zijn eigen vermogen.

Bij scheiding ?

De vennootschap komt aan Oliver toe. Juliette ontvangt daarvan niets.

Opgelet! Oliver betaalt mogelijks wel een vergoeding aan het gemeenschappelijk vermogen voor ‘gederfde beroepsinkomsten’ (zie verder).

Situatie 3

Oliver heeft de aandelen van de vennootschap geërfd -> de aandelen maken deel uit van zijn eigen vermogen.

Bij scheiding ?

De vennootschap komt aan Oliver toe. Juliette ontvangt daarvan niets.

Opgelet! Oliver betaalt mogelijks wel een vergoeding aan het gemeenschappelijk vermogen voor gederfde beroepsinkomsten (zie verder).

Situatie 4

Oliver richtte de vennootschap op tijdens het huwelijk met eigen gelden (klassiek gaat het om voorhuwelijkse gelden, geschonken of  geërfde gelden, opbrengst van voorhuwelijkse, geschonken of geërfde goederen)–> de aandelen maken deel uit van zijn eigen vermogen;

Bij scheiding ?

De vennootschap komt aan Oliver toe. Juliette ontvangt daarvan niets.

Opgelet! Oliver betaalt mogelijks wel een vergoeding aan het gemeenschappelijk vermogen voor ‘gederfde beroepsinkomsten’ (zie verder).

TIP

Om alle discussie over het eigen karakter te vermijden, adviseren wij u in de vennootschapsakte zelf te noteren dat de vennootschap werd opgericht met eigen middelen, zodat de aandelen die in ruil daarvoor worden verkregen ook eigen zijn. Houd ook het rekeninguittreksel bij waaruit blijkt dat de ingebrachte gelden op rekening van de vennootschap werden gestort vanop een rekening die uitsluitend op naam van de echtgenoot-oprichter stond. Daarbij is het belangrijk dat die rekening enkel eigen gelden bevat, dus voorhuwelijkse gelden, of gelden die tijdens het huwelijk door schenking of erfenis, dan wel uit de verkoop van eigen goederen werden verkregen.

Doet u de storting vanop een rekening waarop arbeidsinkomen wordt geïnd, dan kan dit aanleiding geven tot discussies omtrent de aard van de gelden en de in ruil daarvoor verkregen aandelen, dan wel omtrent vergoedingen die bij de ontbinding van het huwelijk verschuldigd zijn aan de gemeenschap.

Situatie 5

Oliver richtte de vennootschap op tijdens het huwelijk met gemeenschappelijke gelden (klassiek gaat het om opgespaarde beroepsinkomsten) –> de aandelen, minstens de vermogenswaarde is gemeenschappelijk.

Bij scheiding ?

De aandelen, minstens de vermogenswaarde moet worden verdeeld.

Conclusie

U leest het: enkel in situatie 5 zijn de aandelen, minstens de vermogenswaarde gemeenschappelijk.

In de andere gevallen krijgt heeft Juliette geen recht op de aandelen/hun waarde.

Eigen vennootschap én beroepsinkomsten opgepot ?

Dat is perfect mogelijk. In vele gevallen is het zo dat de echtgenoot- aandeelhouder zelf kiest wat hij zichzelf uitkeert als bezoldiging (idem voor dividenden, tantièmes etc)en wat niet. Hetgeen wordt ‘opgespaard’ maakt deel uit van de waarde van de vennootschap en blijft op die manier na echtscheiding in het eigen vermogen van de echtgenoot-aandeelhouder zitten.

Om fiscale of andere redenen kan het verantwoord zijn dat slechts een beperkt inkomen wordt uitgekeerd door de vennootschap aan de echtgenoot-aandeelhouder.

Daarbij mag de echtgenoot-aandeelhouder het volgende evenwel niet uit het oog verliezen:

In gemeenschapsstelsels is de echtgenoot die zijn beroep uitoefent binnen een vennootschap waarvan de aandelen hem eigen zijn, aan het gemeenschappelijk vermogen een vergoeding verschuldigd voor de netto-beroepsinkomsten die het gemeenschappelijk vermogen niet ontving en redelijkerwijze had kunnen ontvangen indien het beroep buiten vennootschapsverband was uitgeoefend.

Niet zelden geeft deze wetsbepaling aanleiding tot discussie tussen de ex-echtgenoten.

De echtgenoot niet-aandeelhouder zal trachten aan te tonen dat de huwgemeenschap inkomsten gederfd heeft.

De echtgenoot-aandeelhouder zal zich trachten te verweren.

Wat o.i. vast staat is dat een vergoeding enkel aan de orde is indien de huwgemeenschap beroepsinkomsten misliep. Zonder verarming geen rechtzetting door middel van een vergoeding. Stel dat de aandelen eigen zijn aan Oliver dan zal Juliette moeten aantonen dat voldaan is aan de toepassingsvoorwaarden van de bepaling. Van Oliver zal verwacht worden dat hij bepaalde informatie meedeelt (zie het nieuwe bewijsrecht). hij heeft hij als geen ander immers zicht op de bezoldigingspolitiek binnen zijn eigen vennootschap.

De wetgever te slim af ?

7 stellingen van onze cliënten met eigen aandelen ontkracht

1.

“Ik ben geen vergoeding verschuldigd want ik ben geen hoofdaandeelhouder. Mijn boer heeft een participatie van 51% in het familiebedrijf”.

Deze stelling is verkeerd.

De wettelijke bepaling stelt nergens dat u eigenaar moet zijn van alle aandelen, evenmin van de meerderheid. Wel integendeel, het is perfect mogelijk dat u een vergoeding verschuldigd bent, zelfs al bent u minderheidsaandeelhouder.

Het is trouwens perfect mogelijk om in dezelfde vennootschap een pakket aandelen voor eigen rekening en een pakket aandelen voor rekening van de gemeenschap te bezitten. In dat geval kan de vergoeding waarvan sprake enkel betrekking hebben op het pakket eigen aandelen.

2.

“Zowel mijn vrouw als ik hebben eigen aandelen in dezelfde vennootschap waarin wij beiden beroepsactief zijn. Ieder behoudt deze aandelen en een vergoeding is uitgesloten.”

Deze stelling is deels verkeerd.

Indien vast staat dat beide echtgenoten een pakket eigen aandelen hebben, dan kan er toch nog sprake zijn van een vergoeding voor ‘gederfde beroepsinkomsten’. De hierboven geschetste oefening zal twee keer moeten gemaakt worden. Daarbij is het lang niet zeker dat er een gelijke uitkomst is. Beide echtgenoten kunnen perfect een andere beroepsuitoefening hebben binnen dezelfde vennootschap waarbij het ene beroep veel meer potentiële inkomsten buiten vennootschapsverband kan opbrengen dan het andere.

3.

“Wij zijn gehuwd lang voor deze wetsbepaling bestond, dus op ons is ze niet van toepassing.”

Deze stelling is verkeerd.

De wetsbepaling is van toepassing op alle koppels die vandaag gehuwd zijn onder een gemeenschapsstelsel. Het is o.i. niet van toepassing op inkomsten gederfd voor 01.09.2018. Uitgesloten is niet dat een gelijkaardige vergoeding wordt gevorderd op basis een andere wetsbepaling.

4.

“Mijn vennootschap is tijdens het huwelijk niet in waarde gestegen, dus deze wettelijke bepaling is niet op mij van toepassing.”

Deze stelling is verkeerd.

De wetgever koos er bewust niet voor om deze voorwaarde op te nemen. Ook wanneer er geen waardestijging is kan u dus geconfronteerd worden met de verplichting tot vergoeding.

5.

“Wij sloten deze vergoeding uit in ons huwelijkscontract”.

Een algemene uitsluiting is o.i. ongeldig. In een gemeenschapsstelsel is het rechtzetten van bepaalde vermogensverschuivingen zodanig essentieel dat u dit principe niet in algemene bewoordingen kan uitsluiten.

6.

“Ik ben geen vergoeding verschuldigd want in het huwelijkscontract is bepaald dat de opbrengsten van eigen aandelen eigen zijn.”

Ondanks het feit dat dergelijk beding geldig is, is deze stelling verkeerd.

Ook in geval van dergelijk beding is een vergoeding niet ipso facto uitgesloten. Wel zal er rekening worden gehouden met het feit dat bv. dividenden eigen zijn aan de echtgenoot-aandeelhouder bij de vergelijking van de potentiële en reële inkomsten.

7.

“Ik ben gehuwd onder een stelsel van scheiding van goederen dus ben geen alimentatie na echtscheiding verschuldigd”.

Deze stelling is verkeerd.

Voor het berekenen van alimentatie na echtscheiding zal de financiële draagkracht van de echtgenoten in rekening worden genomen, inclusief eventuele voordelen of kosten die via de vennootschap worden gefinancierd, en dit ongeacht onder welk stelsel de echtgenoot-aandeelhouders gehuwd was.

Wat moet u als gehuwde ondernemer regelen ?

Dit hangt af van uw concrete situatie en wensen. We lichten het u graag toe tijdens een vrijblijvende persoonlijke infosessie.

Auteur: Mevrouw Sofie Longerstay, jurist, zelfstandig adviseur familiaal vermogensrecht.

Proefscheiding: Ideale afkoelingsperiode?

Wat is een proefscheiding ?

Wanneer partners twijfelen om te scheiden of het samenleven tijdelijk “ on hold” willen zetten, kunnen zij een adempauze inlassen en een proefscheiding organiseren.

Soms schrikken partners van de relationele gevolgen van een scheiding: ze komen alleen in het leven te staan, ze missen de kinderen want de kinderen verblijven nu ook bij de andere partner,  hun vriendenkring wordt gesplitst …

Ook de financiële gevolgen worden niet altijd even helder ingeschat: kan ik de woning overnemen? Krijg ik een nieuwe lening bij de bank? Hoeveel kinderalimentatie zal er betaald worden?

Een proefscheiding helpt de partners om alles op een rijtje te zetten en de ingrijpende  gevolgen van een scheiding aan de lijve te ondervinden zonder dat er definitieve beslissingen worden genomen.

Het is een afkoelingsperiode waarin er tijd is voor reflectie en zelfzorg en elke partner kan op zijn eigen tempo nagaan of er nog een relatie mogelijk is.

Hoe kan een erkend bemiddelaar u helpen ?

Sommige partners doen bij huwelijksproblemen beroep op een erkend bemiddelaar in familiezaken. Wil u meer te weten komen over bemiddeling bij scheiding klik dan hier.

In heel wat gevallen zijn de partners nog niet zeker of zij definitief willen scheiden (twijfel). Sommige koppels kiezen op dat moment voor een proefscheiding.

Duur van de proefscheiding

Een proefscheiding is geen vrijblijvend gebeuren. Het is belangrijk dat er een einddatum wordt afgesproken tussen partijen. Daarbij kan gedacht worden aan een periode van drie of zes maanden. Ook hier bepalen de partners begin- en einddatum. De partners kunnen dit samen met de bemiddelaar bespreken en tot een vergelijk komen.

Doel van de proefscheiding

Essentieel is dat de partners aan elkaar uitleggen waarom zij willen proef scheiden. Beide partners kunnen elk verschillende beweegredenen hebben en samen met de bemiddelaar mag dit scherp verwoord worden: sommige mensen willen tijd voor zichzelf, willen een rustperiode inlassen en aan zelfzorg doen. Andere partners willen los komen van hun eigen familie of afstand nemen van de invloed van de schoonfamilie. Elk van deze behoeften mag gezien worden en aan bod komen en heeft bestaansrecht. Indien deze wederzijdse behoeften niet kunnen gezien worden door de partners, stelt zich de vraag of een proefscheiding zinvol is.  Bespreek dit samen met de bemiddelaar en neem hiervoor jouw tijd.

Afspraken

In deze periode maken jullie afspraken over de kinderen: blijven de kinderen  in de  woning wonen  en verhuizen de ouders? Of huren jullie of één van jullie tijdelijk een andere woning? Wie  betaalt verder de hypotheek en de huur van de woning/appartement. Hoe verloopt de verblijfsregeling? Behouden jullie de gemeenschappelijke rekeningen en blijven jullie samen bijdragen aan het huishouden? Ook hier is het raadzaam heldere afspraken te maken en in het belang van de kinderen zo weinig mogelijk verandering te installeren gezien het om een relatieve korte periode ( drie of zes maanden ) gaat.

Moeilijker zijn de afspraken tav elkaar: zien jullie elkaar nog regelmatig? Zijn er overlegmomenten? Gaan jullie gezamenlijk nog activiteiten doen? Hebben jullie psychologische bijstand of volgen jullie ondertussen relatietherapie?  Is er tijd en ruimte voor nieuwe ontmoetingen of is er een engagement om geen nieuwe partners te leren kennen? Al deze vragen verdienen een antwoord.

Neem ook hier jouw tijd en bespreek dit samen met de bemiddelaar. Indien jullie willen, organiseren wij tussentijdse evaluatiemomenten tijdens de proefscheiding.

Schriftelijke overeenkomst?

De afspraken worden steeds schriftelijk vastgesteld en ondertekend door de partners in aanwezigheid van de bemiddelaar.  Dit geeft rust en duidelijkheid voor beide partners in deze troebele periode. Jullie kunnen daar op terugvallen wanneer er onduidelijkheden/misverstanden zijn. Loopt de proefscheiding slecht af, dan kunnen jullie de gemaakte afspraken bevestigen of bijstellen in het kader van de scheiding. Weet dat jullie nooit gebonden zijn door de afspraken van de proefscheiding als jullie dit niet willen (vrijblijvend; geen juridische waarde): het gaat om een afgebakende periode met een specifieke invalshoek. De ondertekening van de overeenkomst van proefscheiding is wel een “plechtig” moment bij de bemiddelaar en toont het engagement van beide partners om te kijken wat nog mogelijk is.

Hoe recupereer je (een deel van) je betaalde onderhoudsgeld?

Je kent het wel: onderhoudsgeld (of ‘alimentatie’), het geld dat iemand regelmatig stort aan een kind, ex-partner, ouder … om bij te springen in zijn of haar financieel onderhoud. De rechter heeft dit beslist of het is overeengekomen, bijvoorbeeld in een echtscheidingsovereenkomst. Hoe en wanneer kan je dit alimentatiegeld aftrekken van je belastbaar inkomen?

Vier voorwaarden voor fiscale inbreng

Er moet aan een aantal voorwaarden worden voldaan om het betaalde onderhoudsgeld te mogen inbrengen in je inkomstenbelasting.

1. Het onderhoudsgeld wordt betaald omdat er een wettelijke onderhoudsverplichting is.

Bijvoorbeeld: de wet bepaalt dat iedere ouder verplicht is bij te dragen in het onderhoud van zijn of haar kinderen. Daarnaast bestaan er onderhoudsverplichtingen voor onder meer: (ex-)echtgenoten en wettelijk samenwonenden, kleinkinderen, ouders en grootouders.

Voor minderjarige kinderen en meerderjarige studerende kinderen is er altijd een onderhoudsverplichting. Voor de anderen is die er alleen maar wanneer zij behoeftig zijn.

2. Ontvanger en betaler van het onderhoudsgeld behoren niet tot hetzelfde gezin.

Hier rijst natuurlijk de vraag: wat bij co-ouderschap? Wanneer je een co-ouderschapsregeling hebt met je ex-partner, slaat het onderhoudsgeld op de periode waarin de kinderen niet bij jou zijn. Let wel, je mag alleen onderhoudsgeld fiscaal inbrengen van kinderen die je niet fiscaal ten laste hebt. En je kan de belastingsaftrek ook niet combineren met fiscaal co-ouderschap. De berekening van het voordeel dat je haalt uit fiscaal co-ouderschap is complex en afhankelijk van veel factoren. Hier een algemeen beeld van geven, is quasi onmogelijk.

3. Het onderhoudsgeld wordt regelmatig betaald.

Dit kan wekelijks of maandelijks zijn, maar dat is niet noodzakelijk. Zo worden ook betalingen aanvaard die onder bepaalde omstandigheden herhaald worden, bijvoorbeeld het aanvullen van een kindrekening als het saldo ontoereikend is.

4. Documenten en bewijzen voorleggen

Ten slotte moet je documenten kunnen voorleggen die aantonen dat het onderhoudsgeld werkelijk betaald werd én aan wie je betaalde. Dit bewijs je heel eenvoudig met bankrekeninguittreksels. Hou deze dus goed bij!

Berekenen wat je kan recupereren

Bereken eerst hoeveel onderhoudsgeld je werkelijk betaalde. Het onderhoudsgeld is aftrekbaar in de personenbelasting dus je kijkt naar een specifiek inkomstenjaar.

Laten we inkomstenjaar 2020 nemen (dit is aanslagjaar 2021). Linde en Joris (fictieve namen) zijn sinds 2018 gescheiden en hebben 2 kinderen. Ze zijn gescheiden in onderlinge toestemming en kwamen overeen dat Linde elke maand €100 onderhoudsgeld betaalt per kind en dat beiden elke maand €100 storten op de kindrekening. De 2 kinderen zullen fiscaal ten laste staan bij Joris. En er is een week/week-regeling.

Joris zal niks kunnen inbrengen op zijn belastingsaangifte aangezien hij al het fiscale voordeel heeft van de kinderen ten laste. Linde, kan er wel aanspraak op maken: zij betaalt elke maand €300 onderhoudsgeld, wat neerkomt op €3600 per jaar. Zij moet dit werkelijk betaalde bedrag invullen in vak VIII ‘Aftrekbare vorige verliezen en bestedingen’, punt 2.

En dan de berekening: Linde had in 2020 een netto-inkomen van €22.880. Daarmee belandt zij in de tweede inkomensschijf. Zij kan 80% van het werkelijk betaalde onderhoudsgeld aftrekken. In haar geval: 80% van €3600, dat is €2.880. Mocht Linde de alimentatie niet inbrengen, dan betaalt zij op dit bedrag €1.152 belasting, want het belastingtarief in de tweede inkomensschijf is 40%. Linde kan dus €1.152 recupereren.

Onderhoudsgeld na scheiding

Onderhoudsgeld tussen ex-echtgenoten: bemiddeling of rechtbank?

Wanneer er bij een scheiding een financieel onevenwicht is tussen de beide partners, heeft de partner die er financieel het minst goed voor staat wettelijk een principieel recht op een alimentatie na de scheiding.

Yves en Mieke waren als jong koppel het perfecte plaatje. Yves,  een zelfstandige ondernemer met een veelbelovende startup zaak in IT. Mieke, net afgestudeerd en klaar om de handen uit de mouwen te steken. Ze trouwden en kregen 3 kinderen. Mieke werkte aanvankelijk voltijds als bedrijfspsychologe, maar nadat hun derde zoon Elias geboren werd besloot het koppel dat het beter was als ze halftijds zou gaan werken en zij de zorg voor  de kinderen verder op zich zou nemen.

Fast forward naar 20 jaar later. De kinderen zijn het huis uit en Yves en Mieke zijn vijftigers, nog steeds in de fleur van hun leven…maar de vonk is weg en het koppel besluit te scheiden. Mieke begint na te denken over de verdere toekomst alleen en schrikt van het financiële plaatje. Ze voelt zich afhankelijk van Yves. Ze vraagt zich af of ze nu recht heeft op verdere financiële steun van hem, net zoals tijdens het huwelijk ? Ze wil ook weten hoe een rechter zal beslissen waarop ze precies mag rekenen in het geval dat Yves niet akkoord gaat.

Dat er een financieel onevenwicht is en dat de ene ex-echtgenoot principieel recht heeft op een onderhoudsuitkering van de andere, betekent niet dat er ook werkelijk een uitkering zal worden toegekend. Nadat de rechter de financiële situatie van Yves en Mieke beoordeeld heeft, zal hij vervolgens nagaan of Mieke niet zelf in staat is om voor haar levensonderhoud in te staan en ze eigenlijk wel werkelijk de financiële hulp van Yves nodig heeft. Als dit het geval is, gaat gekeken worden hoe Yves daadwerkelijk in staat is om Mieke verder te ondersteunen.

Om te beoordelen of er een onevenwicht is, zal een rechter steeds eerst vragen dat elke partner heel goed aantoont wat de inkomsten en uitgaven zijn. In het geval van Yves, die een eigen zaak heeft, zal dat niet eenvoudig zijn. Yves zou door de rechtbank verplicht worden een boekhouding voor te leggen, en  hij heeft schrik dat de rechter zijn situatie wel eens té rooskleurig zou kunnen inschatten. Mieke houdt best in het achterhoofd  dat de rechter ook rekening zal houden met haar mogelijkheden die zij nog heeft om toch terug voltijds te gaan werken. Ook haar situatie  kan dus anders ingeschat worden dan ze eigenlijk is.

Recente rechtspraak van het Hof van Beroep te Gent stelt een aantal principes zeer duidelijk. Zo heeft Mieke geen recht op een automatische 50-50 verdeling van de samengevoegde inkomsten. Het is dus niet zo dat Yves zijn inkomsten met Mieke moet delen zodat zij op gelijke voet komen te staan. Ook mag er geen risico zijn dat Yves door het toekennen van een onderhoudsuitkering aan Mieke zélf in de financiële problemen zou komen. Anderzijds, voor zover de rechter meent dat Mieke haar mogelijkheden té beperkt zijn, kan de rechter rekening houden met de levensstandaard van Yves en Mieke tijdens hun huwelijk, en het feit dat Mieke haar carrière op de achtergrond kwam om de zorg van de kinderen op zich te nemen. De rechter kan Mieke een alimentatie toekennen die ruimer is dan wat ze strikt genomen nodig heeft om van te leven. Yves kan er in dat geval wel op rekenen dat de alimentatie beperkt blijft tot maximum 1/3e van zijn inkomen, en dit maximaal voor  de duur van het huwelijk.

In een gerechtelijke procedure weten de partners nooit vooraf welke bedragen  de rechtbank zal uitspreken. Yves en Mieke besluiten daarom om in bemiddeling te gaan, waar ze in alle vertrouwelijkheid over hun financiële situatie kunnen spreken en de beslissingen zelf in de handen houden. Na een viertal vergaderingen bereiken ze tijdens de bemiddeling uiteindelijk een akkoord waar ze beiden voor tekenen. Kies daarom voluit voor www.scheidingsbemiddeling.gent of bel naar 09/366.46.50

Onderhoudsgeld aanpassen wegens corona?

Je hebt een overeenkomst waarin staat hoeveel onderhoudsgeld (alimentatie) voor de kinderen er maandelijks moet worden betaald. Maar wat gebeurt daarmee in deze coronatijden, als je werk en dus je inkomen wegvalt? En welke rol kan bemiddeling daarin spelen? We bekijken het verhaal van Jan en Mia. 


Het koppel sloot in 2018 een bemiddelingsakkoord over de kosten van de kinderen. Jan betaalt een maandelijkse onderhoudsbijdrage en komt ook voor de helft tussen in de buitengewone kosten van de kinderen.

Hij heeft een goed draaiende zaak in de culturele sector, maar door de corona-uitbraak viel alles stil en ziet ook de toekomst er niet goed uit. Jan ziet dat zijn inkomsten opdrogen, maar Mia blijft wel de kinderalimentatie vragen en wil niet van vermindering weten.

Is corona overmacht?

De vraag is nu: kan Jan de betalingen stopzetten vanwege ‘overmacht’ door corona? Overmacht betekent dat er iets gebeurt buiten Jan zijn wil om, waar hij niets kan aan doen en waardoor hij niet kan betalen.

Dus ja, corona is overmacht, maar daarom bevrijdt het Jan nog niet automatisch van zijn betaalverplichting.

Trekt Jan hiermee naar de rechtbank, dan zal er worden gekeken naar zijn financiële mogelijkheden. Pas als hij echt op droog zaad zit, komt de betaling te vervallen.

In de overeenkomst tussen Jan en Mia staat vermoedelijk dat kinderalimentatie kan wijzigen als ‘nieuwe omstandigheden’, ‘buiten de wil om’ optreden. Het is aan de rechter om te bepalen of overmacht door corona hieronder valt. Bovendien zal de rechter een wijziging pas toestaan als die in het voordeel is van de kinderen.

Jan begeeft zich dan ook op glad ijs. Hij zal hoogstens gedaan krijgen dat hij de kinderalimentatie tijdelijk niet moet betalen of gedeeltelijk moet betalen. Hij zal ook later de achterstal moeten betalen.

Wat kan bemiddeling doen?

In een goede overeenkomst staat een bemiddelingsclausule. Het is dus mogelijk voor Jan en Mia om samen met een familiaal bemiddelaar de gewijzigde situatie te bespreken en te kijken wat de weerslag is op hun eigen situatie. Ook hier zal de bemiddelaar de kinderen centraal stellen. Wanneer Jan en Mia  luisteren naar elkaar, kan er begrip ontstaan voor de beide situaties en komen zij bijna zeker tot een vergelijk.

Wouter De Canck – bemiddelaar