Scheidingsbemiddeling versus klassieke echtscheidingsprocedure.

Jullie zijn aan het scheiden maar kunnen geen akkoord vinden over de huisvestiging van de kinderen, de overname van de gezinswoning etc.

Deze situatie kan leiden tot een ernstig conflict als ze niet snel wordt opgelost.

Je wil jouw rechten afdwingen en overweegt het opstarten van een rechtszaak.

Op zich is dit begrijpelijk.

Een rechtszaak leidt evenwel vaak tot een onherstelbare breuk in relaties met de kinderen, andere partner, schoonouders.

Bij een rechtszaak is het vaak ‘alles of niets’: een proces win je of verlies je.

Als er geen serene dialoog meer mogelijk is, kunnen jullie overwegen om beroep te doen op een neutrale derde, de bemiddelaar.

De bemiddelaar zal via een specifieke methode de gesprekken faciliteren en trachten een akkoord te bereiken. Op die manier vermijd je dat een rechter of arbiter een oplossing oplegt.

Essentie van bemiddeling

  1. Beide partijen verbinden zich er dus vrijwillig en ongedwongen toe om samen een oplossing te vinden voor hun geschil. De partijen kunnen eveneens op elk ogenblik beslissen de bemiddeling te beëindigen.
  2. De partijen doen een beroep op een neutrale, onafhankelijke en onpartijdige persoon: de bemiddelaar. Hij komt niet tussen beiden als advocaat, noch als rechter of arbiter. De bemiddelaar probeert de dialoog tussen de partijen te bevorderen of terug op gang te brengen. Hij luistert naar de partijen en voert met hen een constructieve dialoog. Zo probeert hij de partijen zelf tot een akkoord te laten komen. Naast zijn inzicht in menselijk functioneren blijft de bemiddelaar onafhankelijk, neutraal en onpartijdig.
  3. Alles wat tijdens een bemiddeling wordt gezegd of uitgewisseld (documenten, e-mails, enz.) is in principe strikt vertrouwelijk. De vertrouwelijkheid van de bemiddeling moet tijdens de hele duur nageleefd worden door de partijen en de bemiddelaar, maar ook door derden (vb. een expert). Dat is een van de grote voordelen van bemiddeling. De partijen kunnen vrijuit spreken: wat ze zeggen of schrijven kan niet worden gebruikt buiten de context van bemiddeling.

Wat na de bemiddeling ?

Op het einde van de bemiddeling is het de bedoeling dat de betrokken partijen akkoord gaan. Uiteraard is dat niet altijd het geval en kan de bemiddeling resulteren in een gedeeltelijk of zelfs geen akkoord. Gelukkig stellen we in onze praktijk vast dat meer dan 90% van alle bemiddelingen eindigen in een volledig akkoord. In een absolute minderheid van de gevallen is er slechts een gedeeltelijk of geen akkoord.

Volledig akkoord

Als alle partijen het akkoord hebben ondertekend zijn er twee mogelijkheden:

De partijen stellen zich tevreden met het akkoord.

Een of meerdere partijen willen het akkoord door een rechter laten homologeren.

In familiale zaken is homologatie sowieso aangewezen en in sommige gevallen zelfs verplicht.

Homologatie betekent dat de rechter akte neemt van het akkoord, waardoor het uitvoerbaar wordt en dezelfde gevolgen heeft als een rechterlijke beslissing. Zo zijn alle partijen verplicht de overeenkomst te respecteren.

Gedeeltelijk akkoord

Het kantoor streeft er naar om steeds een globaal akkoord in iedere bemiddeling te bewerkstelligen.

Hebben partijen slechts een gedeeltelijk akkoord dan kan het deel dat niet via een bemiddeling kon worden beslecht door een rechter of arbiter worden beslecht.

Geen akkoord

Indien partijen niet tot een akkoord komen, dan kunnen zij een rechtszaak starten of verderzetten. Hetgeen tijdens de bemiddeling werd besproken en (eventueel) op papier werd gezet blijft vertrouwelijk.

Lees hier meer over de verschillende stappen die je doorloopt tijdens de scheidingsbemiddeling.

Ben ik alimentatie verschuldigd aan mijn ex-partner ?

Alimentatie tussen echtgenoten is een belangrijk onderwerp bij de opmaak van de echtscheidingsovereenkomst.

In een scheidingsbemiddelingstraject bespreken we de mogelijkheden en gevolgen ervan. Het gaat hier om een uitkering tot levensonderhoud van de ex-partner. Dit is dus niet hetzelfde als alimentatie voor kinderen.

Bij een echtscheiding door onderlinge toestemming zijn de echtgenoten vrij om te bepalen hoe ze dit regelen en zijn er dus geen verplichtingen die hen worden opgelegd.

Alimentatie uitsluiten

De ex-echtgenoten kunnen ervoor kiezen om elkaar geen alimentatie te geven. Het uitsluiten van alimentatie is een veel voorkomende keuze bij ex-partners die beiden werken. Zij verwachten vaak enkel alimentatie voor de kinderen. Ex-partners die alimentatie willen uitsluiten kunnen zelfs in de echtscheidingsovereenkomst opnemen dat zij geen enkele mogelijkheid meer hebben om alsnog alimentatie te vragen op een later tijdstip, zelfs indien hun situatie zou wijzigen (verlies inkomsten etc).

Alimentatie opnemen in de echtscheidingsovereenkomst

Wanneer ex-partners kiezen om alimentatie op te nemen in de overeenkomst moeten we alle voorwaarden gedetailleerd opnemen. Wanneer starten de betalingen ? Wat is het maandelijks bedrag ? Wordt er voorzien in een indexatie ? Wanneer stopt de uitkering ? Het is belangrijk om hier heel specifiek te zijn.

Alimentatie tussen ex-echtgenoten komt minder voor dan vroeger. Het blijft wel een goed middel om voor een inkomen te zorgen voor de moeder/vader die bewust thuis bleef om voor de kinderen en het huishouden te zorgen en daardoor de eigen carrièremogelijkheden verminderd zag. Op die manier is er over de echtscheiding heen een beperkte financiële solidariteit mogelijk.

Ex-partners kunnen zelf beslissen hoe ze hiermee omgaan als het een echtscheiding door onderlinge toestemming betreft.  

Hebt u meer vragen over alimentatie. Download gratis onze alimentatiegids.

Complexe echtscheidingen: de gehuwde ondernemer

Heel wat Belgische ondernemers zijn gehuwd.

Bij echtscheiding stellen zij zich de volgende vragen:

  • wie krijgt de aandelen ?
  • hoeveel zijn deze waard ?
  • wat met de financiële reserves in de vennootschap ?

Scheiding van goederen versus gemeenschapsstelsels

Is de ondernemer gehuwd onder een stelsel van zuivere scheiding van goederen, dan stellen zich weinig problemen. Ofwel zijn de aandelen eigen aan één van de echtgenoten ofwel zijn de aandelen eigendom van beide echtgenoten (anders gezegd: onverdeeld).

Is de ondernemer gehuwd onder een gemeenschapsstelsel, dan liggen de zaken iets complexer.

U leest het hieronder.

Beroepsinkomsten moeten steeds toekomen aan de huwgemeenschap

Het is een veelgehoorde stelling in onze praktijk: “het is mijn onderneming dus het zijn mijn inkomsten”.

Deze stelling gaat niet op voor de ondernemer gehuwd onder een gemeenschapsstelsel.

In een gemeenschapsstelsel komen uw bezoldiging, beheersvergoedingen, tantièmes, dividenden, bonussen, premies etc. in principe toe aan de huwgemeenschap. Deze huwgemeenschap wordt bij echtscheiding in de meeste gevallen in twee gelijke delen verdeeld.

U leest het: in een gemeenschapsstelsel bestaat een grote mate aan financiële solidariteit.

Vindt u dit te verregaand ? Spreek er ons over. Er zijn tal van mogelijkheden: van de keuze voor een ander huwelijksvermogensstelsel tot het modelleren van een gemeenschapsstelsel.

Wat als ik mijn inkomen eerder beperkt houd omwille van fiscale optimalisatie, investeringen etc. ?

Dat beslist u als aandeelhouder (meestal) zelf.

Dit doet evenwel geen afbreuk aan de verplichting om uw beroepsinkomsten aan de huwgemeenschap te doen toekomen. Doet u dit niet dan kan dit u bij echtscheiding zuur opbreken.

Waarom ?

Wel, de wet verplicht de echtgenoot-aandeelhouder om aan het gemeenschappelijk vermogen een vergoeding te betalen indien samen voldaan is aan de volgende voorwaarden:

  1. een echtgenoot heeft eigen aandelen
  2. in een vennootschap waarin hij een professionele activiteit uitvoert
  3. en waarin hij zijn arbeid onvoldoende heeft vergoed

Deze vergoeding = de netto-beroepsinkomsten die het gemeenschappelijk vermogen redelijkerwijze had kunnen ontvangen indien het beroep buiten vennootschapsverband was uitgeoefend.

Aldus kan de toepassing van deze wetsbepaling ertoe leiden dat de echtgenoot-aandeelhouder verplicht wordt om (uit diens eigen privévermogen) een vergoeding aan de huwgemeenschap te betalen bij echtscheiding.

In welk geval is er geen vergoeding ?

Indien een echtgenoot zijn professionele activiteit uitoefent binnen een vennootschap waarvan de aandelen, minstens hun vermogenswaarde, tot de huwgemeenschap behoren, dan stelt er zich geen probleem. Logisch: in dat geval delen beide echtgenoten in de waarde van de vennootschap.

Eigendomskwalificatie

Belangrijk is dus dat correct wordt bepaald of de aandelen enkel aan één echtgenoot toebehoren of de aandelen, minstens hun vermogenswaarde gemeenschappelijk is.

In een gemeenschapsstelsel zijn er drie opties: ofwel zijn de aandelen eigen, ofwel zijn zij gemeenschappelijk ofwel is de titel eigen maar de vermogenswaarde gemeenschappelijk.

Een voorbeeld

Oliver is kinesist en Juliette ambtenaar.

Zij zijn gehuwd zonder huwelijkscontract.

Oliver geeft aan te willen scheiden.

Oliver is de enige aandeelhouder van een vennootschap waarin hij zijn beroepsactiviteit uitoefent.

Om uit te maken of er bij scheiding dient afgerekend te worden over deze aandelen moet worden bepaald of de aandelen eigen zijn of de aandelen, minstens de vermogenswaarde ervan gemeenschappelijk is.

Situatie 1

Oliver richtte de vennootschap op voor het huwelijk –> de aandelen maken deel uit van zijn eigen vermogen.

Bij scheiding ?

De vennootschap komt aan Oliver toe. Juliette ontvangt daarvan niets.

Opgelet! Oliver betaalt mogelijks wel een vergoeding aan het gemeenschappelijk vermogen voor ‘gederfde beroepsinkomsten’ (zie verder).

Situatie 2

Oliver heeft de aandelen van de vennootschap geschonken gekregen (zijn ouders waren ook kinesisten maar zijn op pensioen) –> de aandelen maken deel uit van zijn eigen vermogen.

Bij scheiding ?

De vennootschap komt aan Oliver toe. Juliette ontvangt daarvan niets.

Opgelet! Oliver betaalt mogelijks wel een vergoeding aan het gemeenschappelijk vermogen voor ‘gederfde beroepsinkomsten’ (zie verder).

Situatie 3

Oliver heeft de aandelen van de vennootschap geërfd -> de aandelen maken deel uit van zijn eigen vermogen.

Bij scheiding ?

De vennootschap komt aan Oliver toe. Juliette ontvangt daarvan niets.

Opgelet! Oliver betaalt mogelijks wel een vergoeding aan het gemeenschappelijk vermogen voor gederfde beroepsinkomsten (zie verder).

Situatie 4

Oliver richtte de vennootschap op tijdens het huwelijk met eigen gelden (klassiek gaat het om voorhuwelijkse gelden, geschonken of  geërfde gelden, opbrengst van voorhuwelijkse, geschonken of geërfde goederen)–> de aandelen maken deel uit van zijn eigen vermogen;

Bij scheiding ?

De vennootschap komt aan Oliver toe. Juliette ontvangt daarvan niets.

Opgelet! Oliver betaalt mogelijks wel een vergoeding aan het gemeenschappelijk vermogen voor ‘gederfde beroepsinkomsten’ (zie verder).

TIP

Om alle discussie over het eigen karakter te vermijden, adviseren wij u in de vennootschapsakte zelf te noteren dat de vennootschap werd opgericht met eigen middelen, zodat de aandelen die in ruil daarvoor worden verkregen ook eigen zijn. Houd ook het rekeninguittreksel bij waaruit blijkt dat de ingebrachte gelden op rekening van de vennootschap werden gestort vanop een rekening die uitsluitend op naam van de echtgenoot-oprichter stond. Daarbij is het belangrijk dat die rekening enkel eigen gelden bevat, dus voorhuwelijkse gelden, of gelden die tijdens het huwelijk door schenking of erfenis, dan wel uit de verkoop van eigen goederen werden verkregen.

Doet u de storting vanop een rekening waarop arbeidsinkomen wordt geïnd, dan kan dit aanleiding geven tot discussies omtrent de aard van de gelden en de in ruil daarvoor verkregen aandelen, dan wel omtrent vergoedingen die bij de ontbinding van het huwelijk verschuldigd zijn aan de gemeenschap.

Situatie 5

Oliver richtte de vennootschap op tijdens het huwelijk met gemeenschappelijke gelden (klassiek gaat het om opgespaarde beroepsinkomsten) –> de aandelen, minstens de vermogenswaarde is gemeenschappelijk.

Bij scheiding ?

De aandelen, minstens de vermogenswaarde moet worden verdeeld.

Conclusie

U leest het: enkel in situatie 5 zijn de aandelen, minstens de vermogenswaarde gemeenschappelijk.

In de andere gevallen krijgt heeft Juliette geen recht op de aandelen/hun waarde.

Eigen vennootschap én beroepsinkomsten opgepot ?

Dat is perfect mogelijk. In vele gevallen is het zo dat de echtgenoot- aandeelhouder zelf kiest wat hij zichzelf uitkeert als bezoldiging (idem voor dividenden, tantièmes etc)en wat niet. Hetgeen wordt ‘opgespaard’ maakt deel uit van de waarde van de vennootschap en blijft op die manier na echtscheiding in het eigen vermogen van de echtgenoot-aandeelhouder zitten.

Om fiscale of andere redenen kan het verantwoord zijn dat slechts een beperkt inkomen wordt uitgekeerd door de vennootschap aan de echtgenoot-aandeelhouder.

Daarbij mag de echtgenoot-aandeelhouder het volgende evenwel niet uit het oog verliezen:

In gemeenschapsstelsels is de echtgenoot die zijn beroep uitoefent binnen een vennootschap waarvan de aandelen hem eigen zijn, aan het gemeenschappelijk vermogen een vergoeding verschuldigd voor de netto-beroepsinkomsten die het gemeenschappelijk vermogen niet ontving en redelijkerwijze had kunnen ontvangen indien het beroep buiten vennootschapsverband was uitgeoefend.

Niet zelden geeft deze wetsbepaling aanleiding tot discussie tussen de ex-echtgenoten.

De echtgenoot niet-aandeelhouder zal trachten aan te tonen dat de huwgemeenschap inkomsten gederfd heeft.

De echtgenoot-aandeelhouder zal zich trachten te verweren.

Wat o.i. vast staat is dat een vergoeding enkel aan de orde is indien de huwgemeenschap beroepsinkomsten misliep. Zonder verarming geen rechtzetting door middel van een vergoeding. Stel dat de aandelen eigen zijn aan Oliver dan zal Juliette moeten aantonen dat voldaan is aan de toepassingsvoorwaarden van de bepaling. Van Oliver zal verwacht worden dat hij bepaalde informatie meedeelt (zie het nieuwe bewijsrecht). hij heeft hij als geen ander immers zicht op de bezoldigingspolitiek binnen zijn eigen vennootschap.

De wetgever te slim af ?

7 stellingen van onze cliënten met eigen aandelen ontkracht

1.

“Ik ben geen vergoeding verschuldigd want ik ben geen hoofdaandeelhouder. Mijn boer heeft een participatie van 51% in het familiebedrijf”.

Deze stelling is verkeerd.

De wettelijke bepaling stelt nergens dat u eigenaar moet zijn van alle aandelen, evenmin van de meerderheid. Wel integendeel, het is perfect mogelijk dat u een vergoeding verschuldigd bent, zelfs al bent u minderheidsaandeelhouder.

Het is trouwens perfect mogelijk om in dezelfde vennootschap een pakket aandelen voor eigen rekening en een pakket aandelen voor rekening van de gemeenschap te bezitten. In dat geval kan de vergoeding waarvan sprake enkel betrekking hebben op het pakket eigen aandelen.

2.

“Zowel mijn vrouw als ik hebben eigen aandelen in dezelfde vennootschap waarin wij beiden beroepsactief zijn. Ieder behoudt deze aandelen en een vergoeding is uitgesloten.”

Deze stelling is deels verkeerd.

Indien vast staat dat beide echtgenoten een pakket eigen aandelen hebben, dan kan er toch nog sprake zijn van een vergoeding voor ‘gederfde beroepsinkomsten’. De hierboven geschetste oefening zal twee keer moeten gemaakt worden. Daarbij is het lang niet zeker dat er een gelijke uitkomst is. Beide echtgenoten kunnen perfect een andere beroepsuitoefening hebben binnen dezelfde vennootschap waarbij het ene beroep veel meer potentiële inkomsten buiten vennootschapsverband kan opbrengen dan het andere.

3.

“Wij zijn gehuwd lang voor deze wetsbepaling bestond, dus op ons is ze niet van toepassing.”

Deze stelling is verkeerd.

De wetsbepaling is van toepassing op alle koppels die vandaag gehuwd zijn onder een gemeenschapsstelsel. Het is o.i. niet van toepassing op inkomsten gederfd voor 01.09.2018. Uitgesloten is niet dat een gelijkaardige vergoeding wordt gevorderd op basis een andere wetsbepaling.

4.

“Mijn vennootschap is tijdens het huwelijk niet in waarde gestegen, dus deze wettelijke bepaling is niet op mij van toepassing.”

Deze stelling is verkeerd.

De wetgever koos er bewust niet voor om deze voorwaarde op te nemen. Ook wanneer er geen waardestijging is kan u dus geconfronteerd worden met de verplichting tot vergoeding.

5.

“Wij sloten deze vergoeding uit in ons huwelijkscontract”.

Een algemene uitsluiting is o.i. ongeldig. In een gemeenschapsstelsel is het rechtzetten van bepaalde vermogensverschuivingen zodanig essentieel dat u dit principe niet in algemene bewoordingen kan uitsluiten.

6.

“Ik ben geen vergoeding verschuldigd want in het huwelijkscontract is bepaald dat de opbrengsten van eigen aandelen eigen zijn.”

Ondanks het feit dat dergelijk beding geldig is, is deze stelling verkeerd.

Ook in geval van dergelijk beding is een vergoeding niet ipso facto uitgesloten. Wel zal er rekening worden gehouden met het feit dat bv. dividenden eigen zijn aan de echtgenoot-aandeelhouder bij de vergelijking van de potentiële en reële inkomsten.

7.

“Ik ben gehuwd onder een stelsel van scheiding van goederen dus ben geen alimentatie na echtscheiding verschuldigd”.

Deze stelling is verkeerd.

Voor het berekenen van alimentatie na echtscheiding zal de financiële draagkracht van de echtgenoten in rekening worden genomen, inclusief eventuele voordelen of kosten die via de vennootschap worden gefinancierd, en dit ongeacht onder welk stelsel de echtgenoot-aandeelhouders gehuwd was.

Wat moet u als gehuwde ondernemer regelen ?

Dit hangt af van uw concrete situatie en wensen. We lichten het u graag toe tijdens een vrijblijvende persoonlijke infosessie.

Auteur: Mevrouw Sofie Longerstay, jurist, zelfstandig adviseur familiaal vermogensrecht.

Onroerende voorheffing bij co-ouderschap.

Onroerende voorheffing in Vlaanderen.

De onroerende voorheffing is een jaarlijkse Vlaamse belasting op onroerende goederen die in het Vlaams Gewest liggen. Ze wordt berekend op basis van het kadastraal inkomen. Onroerende goederen zijn gronden, gebouwen en sommige soorten van bedrijfsuitrusting (“materieel en outillage”).

Vermindering bij kinderen ten laste.

In het Vlaams Gewest krijgen ouders met minstens twee kinderbijslaggerechtigde kinderen een vermindering. Dit op voorwaarde dat de kinderen op 1 januari van het aanslagjaar gedomicilieerd zijn op het adres van de woning waarvoor de vermindering van toepassing is.

Bereken zelf uw onroerende voorheffing.

Co-ouderschap ?

Kinderen kunnen maar op één adres hun officiële verblijfplaats hebben, ook al wonen ze na het uiteen gaan van hun ouders afwisselend bij elke ouder. Een co-ouder bij wie het kind niet gedomicilieerd is, kan dus geen vermindering krijgen, zelfs niet gedeeltelijk. Wel kunnen de ouders afspreken dat zij het door de ene genoten voordeel onder hen verdelen.

Discriminatie.

Het Grondwettelijk Hof besliste recent dat het een discriminatie uitmaakt dat alleen de ouder bij wie het kind gedomicilieerd is een vermindering van de onroerende voorheffing krijgt.

Vanaf 2023 komt er daarom een nieuwe regeling.

Brussel en Wallonië

Daar werd de regeling reeds aangepast. In Brussel heeft elke ouder recht op een proportionele vermindering van de onroerende voorheffing in verhouding tot de periode waarin de kinderen effectief bij hem/haar verblijven. In het Waals Gewest krijgen de co-ouders elk de helft van de vermindering.

Wil u meer weten over fiscaliteit bij scheiding, aarzel dan niet om ons te contacteren.

Proefscheiding: Ideale afkoelingsperiode?

Wat is een proefscheiding ?

Wanneer partners twijfelen om te scheiden of het samenleven tijdelijk “ on hold” willen zetten, kunnen zij een adempauze inlassen en een proefscheiding organiseren.

Soms schrikken partners van de relationele gevolgen van een scheiding: ze komen alleen in het leven te staan, ze missen de kinderen want de kinderen verblijven nu ook bij de andere partner,  hun vriendenkring wordt gesplitst …

Ook de financiële gevolgen worden niet altijd even helder ingeschat: kan ik de woning overnemen? Krijg ik een nieuwe lening bij de bank? Hoeveel kinderalimentatie zal er betaald worden?

Een proefscheiding helpt de partners om alles op een rijtje te zetten en de ingrijpende  gevolgen van een scheiding aan de lijve te ondervinden zonder dat er definitieve beslissingen worden genomen.

Het is een afkoelingsperiode waarin er tijd is voor reflectie en zelfzorg en elke partner kan op zijn eigen tempo nagaan of er nog een relatie mogelijk is.

Hoe kan een erkend bemiddelaar u helpen ?

Sommige partners doen bij huwelijksproblemen beroep op een erkend bemiddelaar in familiezaken. Wil u meer te weten komen over bemiddeling bij scheiding klik dan hier.

In heel wat gevallen zijn de partners nog niet zeker of zij definitief willen scheiden (twijfel). Sommige koppels kiezen op dat moment voor een proefscheiding.

Duur van de proefscheiding

Een proefscheiding is geen vrijblijvend gebeuren. Het is belangrijk dat er een einddatum wordt afgesproken tussen partijen. Daarbij kan gedacht worden aan een periode van drie of zes maanden. Ook hier bepalen de partners begin- en einddatum. De partners kunnen dit samen met de bemiddelaar bespreken en tot een vergelijk komen.

Doel van de proefscheiding

Essentieel is dat de partners aan elkaar uitleggen waarom zij willen proef scheiden. Beide partners kunnen elk verschillende beweegredenen hebben en samen met de bemiddelaar mag dit scherp verwoord worden: sommige mensen willen tijd voor zichzelf, willen een rustperiode inlassen en aan zelfzorg doen. Andere partners willen los komen van hun eigen familie of afstand nemen van de invloed van de schoonfamilie. Elk van deze behoeften mag gezien worden en aan bod komen en heeft bestaansrecht. Indien deze wederzijdse behoeften niet kunnen gezien worden door de partners, stelt zich de vraag of een proefscheiding zinvol is.  Bespreek dit samen met de bemiddelaar en neem hiervoor jouw tijd.

Afspraken

In deze periode maken jullie afspraken over de kinderen: blijven de kinderen  in de  woning wonen  en verhuizen de ouders? Of huren jullie of één van jullie tijdelijk een andere woning? Wie  betaalt verder de hypotheek en de huur van de woning/appartement. Hoe verloopt de verblijfsregeling? Behouden jullie de gemeenschappelijke rekeningen en blijven jullie samen bijdragen aan het huishouden? Ook hier is het raadzaam heldere afspraken te maken en in het belang van de kinderen zo weinig mogelijk verandering te installeren gezien het om een relatieve korte periode ( drie of zes maanden ) gaat.

Moeilijker zijn de afspraken tav elkaar: zien jullie elkaar nog regelmatig? Zijn er overlegmomenten? Gaan jullie gezamenlijk nog activiteiten doen? Hebben jullie psychologische bijstand of volgen jullie ondertussen relatietherapie?  Is er tijd en ruimte voor nieuwe ontmoetingen of is er een engagement om geen nieuwe partners te leren kennen? Al deze vragen verdienen een antwoord.

Neem ook hier jouw tijd en bespreek dit samen met de bemiddelaar. Indien jullie willen, organiseren wij tussentijdse evaluatiemomenten tijdens de proefscheiding.

Schriftelijke overeenkomst?

De afspraken worden steeds schriftelijk vastgesteld en ondertekend door de partners in aanwezigheid van de bemiddelaar.  Dit geeft rust en duidelijkheid voor beide partners in deze troebele periode. Jullie kunnen daar op terugvallen wanneer er onduidelijkheden/misverstanden zijn. Loopt de proefscheiding slecht af, dan kunnen jullie de gemaakte afspraken bevestigen of bijstellen in het kader van de scheiding. Weet dat jullie nooit gebonden zijn door de afspraken van de proefscheiding als jullie dit niet willen (vrijblijvend; geen juridische waarde): het gaat om een afgebakende periode met een specifieke invalshoek. De ondertekening van de overeenkomst van proefscheiding is wel een “plechtig” moment bij de bemiddelaar en toont het engagement van beide partners om te kijken wat nog mogelijk is.

Hoe recupereer je (een deel van) je betaalde onderhoudsgeld?

Je kent het wel: onderhoudsgeld (of ‘alimentatie’), het geld dat iemand regelmatig stort aan een kind, ex-partner, ouder … om bij te springen in zijn of haar financieel onderhoud. De rechter heeft dit beslist of het is overeengekomen, bijvoorbeeld in een echtscheidingsovereenkomst. Hoe en wanneer kan je dit alimentatiegeld aftrekken van je belastbaar inkomen?

Vier voorwaarden voor fiscale inbreng

Er moet aan een aantal voorwaarden worden voldaan om het betaalde onderhoudsgeld te mogen inbrengen in je inkomstenbelasting.

1. Het onderhoudsgeld wordt betaald omdat er een wettelijke onderhoudsverplichting is.

Bijvoorbeeld: de wet bepaalt dat iedere ouder verplicht is bij te dragen in het onderhoud van zijn of haar kinderen. Daarnaast bestaan er onderhoudsverplichtingen voor onder meer: (ex-)echtgenoten en wettelijk samenwonenden, kleinkinderen, ouders en grootouders.

Voor minderjarige kinderen en meerderjarige studerende kinderen is er altijd een onderhoudsverplichting. Voor de anderen is die er alleen maar wanneer zij behoeftig zijn.

2. Ontvanger en betaler van het onderhoudsgeld behoren niet tot hetzelfde gezin.

Hier rijst natuurlijk de vraag: wat bij co-ouderschap? Wanneer je een co-ouderschapsregeling hebt met je ex-partner, slaat het onderhoudsgeld op de periode waarin de kinderen niet bij jou zijn. Let wel, je mag alleen onderhoudsgeld fiscaal inbrengen van kinderen die je niet fiscaal ten laste hebt. En je kan de belastingsaftrek ook niet combineren met fiscaal co-ouderschap. De berekening van het voordeel dat je haalt uit fiscaal co-ouderschap is complex en afhankelijk van veel factoren. Hier een algemeen beeld van geven, is quasi onmogelijk.

3. Het onderhoudsgeld wordt regelmatig betaald.

Dit kan wekelijks of maandelijks zijn, maar dat is niet noodzakelijk. Zo worden ook betalingen aanvaard die onder bepaalde omstandigheden herhaald worden, bijvoorbeeld het aanvullen van een kindrekening als het saldo ontoereikend is.

4. Documenten en bewijzen voorleggen

Ten slotte moet je documenten kunnen voorleggen die aantonen dat het onderhoudsgeld werkelijk betaald werd én aan wie je betaalde. Dit bewijs je heel eenvoudig met bankrekeninguittreksels. Hou deze dus goed bij!

Berekenen wat je kan recupereren

Bereken eerst hoeveel onderhoudsgeld je werkelijk betaalde. Het onderhoudsgeld is aftrekbaar in de personenbelasting dus je kijkt naar een specifiek inkomstenjaar.

Laten we inkomstenjaar 2020 nemen (dit is aanslagjaar 2021). Linde en Joris (fictieve namen) zijn sinds 2018 gescheiden en hebben 2 kinderen. Ze zijn gescheiden in onderlinge toestemming en kwamen overeen dat Linde elke maand €100 onderhoudsgeld betaalt per kind en dat beiden elke maand €100 storten op de kindrekening. De 2 kinderen zullen fiscaal ten laste staan bij Joris. En er is een week/week-regeling.

Joris zal niks kunnen inbrengen op zijn belastingsaangifte aangezien hij al het fiscale voordeel heeft van de kinderen ten laste. Linde, kan er wel aanspraak op maken: zij betaalt elke maand €300 onderhoudsgeld, wat neerkomt op €3600 per jaar. Zij moet dit werkelijk betaalde bedrag invullen in vak VIII ‘Aftrekbare vorige verliezen en bestedingen’, punt 2.

En dan de berekening: Linde had in 2020 een netto-inkomen van €22.880. Daarmee belandt zij in de tweede inkomensschijf. Zij kan 80% van het werkelijk betaalde onderhoudsgeld aftrekken. In haar geval: 80% van €3600, dat is €2.880. Mocht Linde de alimentatie niet inbrengen, dan betaalt zij op dit bedrag €1.152 belasting, want het belastingtarief in de tweede inkomensschijf is 40%. Linde kan dus €1.152 recupereren.

Wie lost de hypotheek verder af?

Wanneer de woning gezamenlijk gekocht is, blijven beide partners verantwoordelijk voor de aflossing van het de hypotheek.

Vaak zal de persoon die in de woning blijft wonen de lening verder alleen afbetalen. Je kan aan de rechter vragen dat de andere partner tijdelijk tussenkomt en ook een deel van de lening afbetaalt.
De rechter kan in het raam van de procedure het genot van de woonst toewijzen aan een partner, op voorwaarde dat die de hypothecaire lening betaalt. Maar de bank is niét gebonden door de beslissing van de rechter en kan toch aan beide partners vragen dat zij de lening verder blijven betalen.

Onderhoudsbijdrage voor ex-partner

Scheiden kan je materiële situatie ingrijpend veranderen.
Als je niet getrouwd bent, kan je geen financiële eisen stellen aan je partner.
Als je geen gezamenlijk akkoord kan sluiten over jullie financiële situatie, kan je dat voor de rechtbank ook niet opeisen. Als de omstandigheden van de feitelijke scheiding schrijnend zijn, of als je een langdurige feitelijke relatie had, kan soms tijdelijk een onderhoudsbijdrage worden verkregen.

Natuurlijk behoudt iedere ouder de plicht bij te dragen aan de financiële lasten die de kinderen veroorzaken.
Als je getrouwd bent, heeft je echtgeno(o)t (e) de plicht je te helpen. En dat vanaf de aanvraag tot echtscheiding (vanaf de scheiding als de zaak voor de rechter komt) tot wanneer de echtscheiding is uitgesproken.

Tijdens de procedure wordt het onderhoudsgeld bepaald op basis van de levensstijl die de echtgenoten zouden gehad hebben mochten ze niet uit elkaar gegaan zijn. Beide partijen zijn nog altijd gehuwd en de bijdrage is juridisch gebaseerd op de hulp- en bijstandsplicht van art. 213 en art 221,1e lid van het B.W..
Nà de echtscheiding wordt de onderhoudsuitkering berekend op basis van de behoeften van de ex-partner. Die behoeftigheid wordt omschreven als elk beduidend financieel onevenwicht in de globale financiële situatie van de beide ex-echtgenoten.

Daarbij wordt rekening gehouden met zowel alle inkomsten en kosten als met de mogelijkheid om inkomsten te verwerven. De rechtspraak tussen 2007 en 2011 lijkt de grens van het financieel onevenwicht op € 500 per maand te leggen. Een verschil van méér dan € 500 in de globale economische positie tussen beide ex-partners wordt als een financieel onevenwicht beschouwd (Tijdschrift voor Familierecht 2011/6, 111).
Je kan – in principe – alleen een onderhoudsuitkering krijgen voor een periode die gelijk is aan de duur van het huwelijk en het bedrag mag niet groter zijn dan een derde van de inkomsten van de onderhoudsplichtige.
In geval van feitelijke samenwoning beslist de rechter over het onderhoudsgeld tussen de ex-partners.
De onderhoudsuitkering is het bedrag dat een ex-partner krijgt om in zijn/haar eigen behoeften te voorzien en is te onderscheiden van de onderhoudsbijdrage voor de kinderen.

Onderhoudsbijdrage voor de kinderen

Beide ouders zijn wettelijk verplicht tussen te komen in het onderhoud en de opvoeding van de kinderen. Hun onderlinge bijdrage bepalen ze zelf.

Maar als er geen akkoord is, zal de rechter de bijdrage van elke ouder bepalen. Die bijdrage wordt dan berekend op basis van alle samengevoegde middelen van beide ouders: alle beroepsinkomsten en alle andere inkomsten (zoals inkomsten uit onroerende goederen of sociale voordelen) die de levensstandaard van de ouders en de kinderen ondersteunen. Ook de beschikbaarheid van de ouders kan bekeken worden.
Verder wordt gekeken naar de gewone en buitengewone kosten van de kinderen, waar de kinderen verblijven en wie de kinderbijslag ontvangt. Een voorbeeld: verblijven de kinderen meer bij de moeder en ontvangt zij ook de kinderbijslag, dan beïnvloedt dit de bijdrage van de vader.

Een fiscale optimalisatie van de onderhoudsgelden kan beide ouders veel geld uitsparen. Het fiscaal voordeel van de kinderen splitsen over de beide ouders is nadelig voor beide ouders. Beter is het te bepalen dat één ouder de kinderen fiscaal ten laste neemt en de andere ouder de onderhoudsbijdrage voor de kinderen fiscaal aftrekt.

Mag ik meubels meenemen als ik vertrek?

Of je nu getrouwd bent, wettelijk of feitelijk samenwoont, je mag je meubels meenemen. De meubelen die je samen met je partner bezit, moeten jullie onderling verdelen.

Wanneer je samenwoont, kan het natuurlijk moeilijk zijn om te bewijzen wat van wie is. Je kan alle rechtsmiddelen gebruiken en vooral door facturen of andere documenten bewijzen dat het eigendom van jou is. Bij je huwelijk kies je voor een huwelijksvermogenstelsel dat bepaalt wat de eigen bezittingen zijn en wat de gemeenschappelijke goederen zijn. Kleding of bezittingen die verband houden met je beroep en goederen die je geërfd hebt, mag je bijna altijd meenemen.